Top of this page
Skip navigation, go straight to the content

prof. ir. W. Zeiler (Wim)

kamer Vertigo 6.28  
tel. 31 40 2473714  
E-mail w.zeiler@remove-this.bwk.tue.nl  
aanwezig op: Ma, Di, Do, Vr

Vooropleiding: Werktuigbouwkunde, Methodisch Ontwerpen, TU Twente Installateur en architect dienen zich meer in elkaars gedachtengang te verdiepen. Nu nog gaat jaarlijks vanwege de faalkosten rond installaties in de bouw in totaal twee miljard euro verloren. Hij is sinds september 2001 hoogleraar installaties aan de Technische Universiteit Eindhoven. Daarnaast is hij een dag in de week werkzaam bij Kropman installatietechniek als adjunct directeur kennisoverdracht en technologieontwikkeling. Bovendien is hij gastdocent aan de TU Delft Faculteit Bouwkunde en verzorgt hij onderwijs op het gebied van Installaties aan de Post-HBO cursus Bouwfysica aan de Hogeschool ’s-Hertogenbosch. Hij is bestuurslid van de afdeling Klimaat Techniek van de TVVL en 9 jaar lid geweest van de Technische Raad en 7 jaar voorzitter van de stuurgroep Klimaattechniek geweest. Daarnaast is hij redactieraadlid van het TVVL magazine en jurylid van de B.J. Max prijs. Hij is al bijna 20 jaar werkzaam bij Kropman installatietechniek, waarvan twaalf jaar als vestigingsleider te Rijswijk, een vestiging met zo’n honderd man personeel en een omzet van zo’n 15 miljoen euro per jaar. Hij heeft zijn intreerede gehouden met als onderwerp: van gebouw en installaties naar installatie-architectuur. Vaak zie je dat architecten gebouwen ontwerpen en installaties pas na verloop van tijd worden toegevoegd. Dat leidt tot allerlei onvolkomenheden in de praktijk. Als je kijkt naar wat er verkeerd gaat en wat de verhaalkosten zijn, dan is dat een geweldig groot probleem. Hij weet wel voorbeelden (met name toparchitecten met een bepaalde bevlogenheid) te noemen zoals het wel dient te gaan. Hij noemt Calatrava, een beroemde Spaanse architect/constructeur die bijvoorbeeld op de wereldtentoonstelling in Lissabon een gebouw heeft neergezet, waarvan de installaties zijn geďntegreerd in het gebouw. “Het is echt magnifiek. Er is optimale afstemming van installaties en constructies.” Andere voorbeelden van integratie tussen installatietechniek en architectuur is het beroemde Centre Pompidou van Renzo Piano in Parijs, evenals het ziekenhuis in Aken van Weber, Brand en partners. Hij constateert verder dat de grenzen vervagen tussen gebouw en installatie. “Als je een actieve gevel hebt, dan is de vraag of dat een bouwkundig element is of een wezenlijk onderdeel van installaties.” Hij pleit voor een nieuwe methodiek om tot oplossingen te komen. “Ik ben zelf opgeleid in Twente in methodisch ontwerpen. Vroeger ging men twintig stoommachines analyseren en kijken wat er allemaal fout was en daar komen dan verbeteringen uit. Maar nee, je dient nieuwe dingen te verzinnen, die naast elkaar zetten, en dan zie je dat de oplossingsruimten veel groter worden. Je kunt dan met oplossingen komen waar niemand aan heeft gedacht. Anders zit je altijd voort te borduren op wat er al is.” In dit kader verzorgt hij Ontwerpmethodologie (7Y400), Ontwerpen van klimaatinstallaties (7Y210), Telematica & Gebouwbeheerssystemen (7Y300), Intelligente gebouwen (7Y410) en Gebouwveiligheid (7Y320). Daarnaast participeert hij in het Projectencollege(7P881) & Multidisciplinaireproject (7N914), waar hij scherp let op de veiligheidsaspecten van de ontwerpen. Iets wat helaas door veel van de aankomende architecten compleet over het hoofd wordt gezien. Dit terwijl veiligheid en het bieden van bescherming tegen het buitenklimaat een van de primaire doelen van een gebouw is.